Een week voor mijn examen moet ik voor de rechtbank verschijnen!
Guido Grijs, de man die mij sinds mijn aankomst in Nederland begeleidt, ging met mij mee naar de rechtbank in Haarlem.
Na de uitspraak dat mijn verblijfsvergunning niet verlengd zou worden, gingen Guido en ik uitzoeken wat er voor mogelijkheden bestonden om alsnog in Nederland te blijven. Van de advocaat kregen we het advies om een verblijfsvergunning aan te vragen op grond van een studie in het hoger onderwijs. Daarvoor moest ik terug naar mijn land van herkomst om het Mvv (machtiging tot voorlopig verblijf) bij de Nederlandse ambassade in Luanda aan te vragen.
Inmiddels had ik al mijn atheneumdiploma en dat gaf me direct toegang tot de opleiding werktuigbouwkunde aan de TU te Delft. Samen met de CSA (centrale studentenadministratie) van de universiteit hebben we doorgenomen wat er nodig was om in de loop van het studiejaar ingeschreven te worden. Met de hulp van vrienden hebben we een inzamelingsactie gehouden om mijn eerste studiejaar te betalen, dat was een voorwaarde voor het aanvragen van het mvv.
Vertrek uit Nederland
29 augustus 2006 vertrok ik uit Nederland. Ik moest afscheid nemen van mijn vrienden en mijn leven hier in Nederland om terug te gaan naar een land waar ik na 6 jaar eigenlijk een vreemde was. Ik had geen flauw idee wat mij te wachten stond. Er was in principe een 3-maanden verblijf gepland in Angola. Na de noodzakelijke vaccins bij de GGD was ik klaar om te vertrekken.
Eerste stop Frankfurt, dan 6 uur naar Ethiopië (Addis Abeba) en nog eens 5 uur vliegen naar Luanda (Angola).
Toen het vliegtuig de lucht opsteeg, besefte ik pas goed dat ik Nederland aan het verlaten was en helemaal niet zeker kon zijn van een terugkeer naar Nederland. Tranen kwamen in mijn ogen en ik dacht aan het leven in Nederland, studeren, werken, vrienden, schaken in de bibliotheek, poolen met vrienden, basketball, pfff...
Ethiopië
Ik verbleef een dag in Ethiopië (Addis Abeba). Mooie stad, gekruid eten, lekker weer. Een hele dag in Ethiopië en ik voelde meteen het verschil met Europa.
De volgende ochtend moest ik met de bus naar het vliegveld. Ethiopië is een transit land voor veel andere landen. Het was een groot vliegtuig en bijna alle stoelen waren bezet. Nog 5 uur vliegen naar Angola.
Aangekomen in Angola
Donderdag 31 augustus, aangekomen op international airport Luanda. Ik voelde de warmte en het geur van Angola. Ik moest heel erg denken aan al de nare dingen die ik hier had meegemaakt in mijn jeugd en in mijn hoofd kwam steeds dezelfde zin: ‘’David Lau, hier moet jij doorheen komen’’.

Omdat ik geen geldig Angolees paspoort had kreeg ik van het Angolees consulaat in Rotterdam een tijdelijk reisdocument (laisser passer) dat ik meteen bij de douane in Angola moest inleveren. Eenmaal bij de douane begon de ondervraging; een typische gewoonte van de Angolese douane. Ik heb vragen beantwoord als, waarom ik met een laisser passer reisde, wat ik in Nederland deed, wat ik tegen de Nederlandse regering gezegd had over Angola en of ik geen andere nationaliteit had. Ik werd meegenomen naar een ondervragingskamer en daar hebben ze mijn koffers doorzocht. Alles werd nagekeken. Ze hielden me voorlopig vast. Eén vraag moet je nooit stellen bij de Angolese douane en dat is:'hoe lang blijf ik hier?' Een dergelijke vraag beschouwen ze daar als een grote belediging. De douane officier vroeg of ik hem voor incompetent uitmaakte omdat ik wilde weten waarom ik werd vastgehouden en voor hoelang.
Eenmaal vrij zag ik een man met een bord met mijn naam. Het was Viktor, een vriend van een vriend. Er was geregeld dat Viktor mij zou ophalen en dat ik 3 maanden bij hem kon logeren.
Viktor had een kamer vrij gemaakt, Viktor’s familie was heel aardig voor mij. Ik was uitgeput, maar hoewel Viktor mij de keus gaf om te gaan slapen, bleef ik toch wakker en ging pas 's avonds naar bed om het ritme van het land op te kunnen pikken. Ik bel nog even met Nederland om te zeggen dat ik veilig aangekomen ben ondanks het gedoe op het vliegveld, en dan: eindelijk slapen.
Reis naar mijn geboortedorp en arrestatie
Vrijdag 01 september, Ik dacht alleen aan Delft, want komende dinsdag 05 september 2006 zou het studiejaar starten. Ik baalde erg, maar begreep dat ik nog niet klaar was. Er is nog veel te doen!
Vrijdag werken de meeste ambtenaren in Angola niet echt. Het is weekend en lekker warm dus ze gaan feesten. Ik moest alles vanaf de komende maandag doen. Prioriteit was om naar mijn geboortedorp te gaan (80 km van Luanda met de bus) en mijn geboorteakte aan te vragen om daarmee het ID te krijgen en vervolgens mijn paspoort. Met het Angolese paspoort kan ik dan bij de Nederlandse ambassade een studievisum aanvragen.

Ik moest naar Bengo (dat is de provincie waar ik geboren ben), mijn doel was Dande (dat is het dorp waar ik geboren ben) vlakbij de stad Caxito.
De reis zou 2 uur lang duren en het was 06:00h in de ochtend. Het was het einde van de Angolese ’winter’ en de zon was nog niet echt wakker.
Viktor is een hardwerkende man die elke dag op zijn kantoor moet verschijnen. Ik mocht met hem naar het busstation meerijden. Eerst wat euro’s uitgewisseld voor het Angolees munteneenheid (Kwanza, naar de naam van de grootste rivier van het land), de bus gepakt en vertrokken.
De heen- en terugreis kostten 800 kwanza, ongeveer 10 euro.
Gelukkig (of helaas?) had ik mijn fotocamera bij me om foto's te maken van het mooie landschap tijdens het traject Luanda-caxito.
De bus was vol, allerlei mensen waren er: ambtenaren, straatverkopers. Geen toeristen (Angola is nog niet toe aan toerisme).

Tijdens de reis was er heel veel te zien: rivieren, bergen, houten huizen, dieren etc. Ik maakte foto’s.
Achter in de bus zaten er twee heren van ongeveer 30 jaar oud. Ze waren van de civiele politie en vroegen of ik toestemming had om foto’s te maken. Ik antwoordde dat ik helemaal niet wist dat er toestemming voor nodig was om het landschap te fotograferen. Ik heb ze verder genegeerd. Ze lieten me zoveel foto’s maken als ik wilde en kort voor het volgende busstation, lieten ze me hun badge zien en zeiden: “we zijn van het ministerie van binnenlandse zaken, je bent gearresteerd wegens spionage’.
Ik schrok nogal, maar toen oudere mensen de agenten smeekten om het mij te vergeven, dat ik nog jong was en niet wist wat ik deed, realiseerde ik me dat de situatie ernstig was. Dit was geen grap!
Ze dwongen de buschauffeur om de bus te stoppen en met twee klappen en een duw kregen ze mij de bus uit.
Eenmaal uit de bus zei ik dat ik echt naar het politiebureau wilde gaan en geen omweg wilde maken, want de plek leek onbewoond. Ze wilden me mijn fotocamera afpakken maar ik stelde voor om alleen de memorycard te vernietigen en niet de camera. Met veel moeite kon ik ze overtuigen... ik was nog steeds duizelig door de klappen.
Onderweg naar het zogenaamde politiebureau kwamen we (gelukkig) een politie patrouille tegen die wilde weten wat er aan de hand was. Na overleg werd ik meegenomen. In het politiebureau werd ik geheel gefouilleerd. Na 3 uur in een cel kreeg ik uiteindelijk de commissaris te spreken, hij vertelde mij dat veel politieagenten buiten de regels handelen en burgers lastigvallen. Hij bood zijn excuses aan voor het gedrag van de collega's en gaf opdracht om mij met een dienst auto naar het gemeentehuis van Caxito te brengen.

Tot mijn verbazing hing er op de deur van het gemeentehuis een papier waarop te lezen stond: ‘In verband met het overlijden van de burgemeester, de hele week gesloten’.
Dat was vreselijk balen... Na zoveel gedoe moest ik met lege handen naar Luanda terugreizen? Het kon niet anders.
Op de terugweg had ik geen interesse meer in het landschap. Ik viel in slaap, het was een zware dag geweest...
Een week daarna ging ik weer op weg naar mijn geboortedorp. Ik durfde geen foto's meer te maken en had ook geen zin meer. In mijn geboortedorp aangekomen zag alles er heel anders uit dan ik mij kon herinneren! Het enige bekende was de katholieke kerk en het ziekenhuis. Alles vol kogelgaten en veel onbewoonde gebouwen, oude mensen, zielige kinderen, magere koeien. Alles was somber en ik kreeg een black-out. Ik wist niet precies wat ik voelde. Het was heel triest om dat alles te zien. Ik dacht aan mijn doodgeschoten moeder en er kwamen tranen in mijn ogen.

Op het gemeente huis waren bijna geen registers meer aanwezig. Alles voor 1992 was verdwenen door de 30 jaar lange burgeroorlog. Ik moest mij opnieuw laten registreren, maar daarvoor moest ik een getuige hebben of een document van één van mijn ouders. Via de kerk kon ik gegevens vinden van mijn moeder en een foto van haar. Tijdens de oorlog werd de kerk gespaard en iedereen die in die kerk gedoopt was had een registratie. Ik moest via de naam van mijn moeder dat bewijs zien te vinden.
Uiteindelijk kreeg ik een nieuw register, maar de vervangende burgemeester mocht niets ondertekenen tot er een nieuwe burgemeester benoemd was. Eerst moest ik ook nog de formulieren invullen om mijn ID aan te vragen. Na een maand zou ik het in Luanda mogen afhalen. Iemand van de gemeente kon een verkorte procedure regelen die maar vijf dagen zou duren. Natuurlijk moest ik een paar Kwanza extra betalen, want Viktor had me verteld dat geen enkele ambtenaar iets voor niets doet. Je moet altijd die ‘aardige’ ambtenaar financieel tegemoetkomen. Anders kom je onderaan de stapel. Het verbaasde me niet in een land waarin ambtenaren soms 6 maanden geen salaris krijgen.
Het voelde raar, maar ik gaf haar 3500 kwanza (equivalent 40 euro).
Na vijf dagen kreeg ik mijn Id. Nu nog mijn paspoort. Het ging uiteindelijk toch nog sneller dan ik had verwacht en ik kreeg het vertrouwen dat het ondanks de corrupte mentaliteit goed zou komen.
Werken in de haven
Via vrienden uit Nederland, Rosalie en Robbert Rischen kwam ik in contact met Cunette en Hans Swier. Hans is een Nederlander die voor een telecombedrijf werkte. Hans stuurde mij een e-mail met zijn telefoonnummer. Ik belde hem en we kwamen in contact. Ik kreeg veel steun van Hans, hij hielp me in contact te komen met de TU-Delft in verband met allerlei studentenzaken en via zijn laptop kon ik skypen met Nederland.
Via Hans kwam ik ook in contact met Klaas Homan die werkte voor NDS (Nile Dutch Shippingcompany). Klaas was bezig met het voorbereidingswerk voor de renovatie van de haven.

Klaas had een assistent nodig en zag wel wat in mij, vanwege mijn taalkennis (Portugees, engels, Nederlands, Frans en Spaans), het juiste atheneumprofiel (natuur en techniek) en ik kan met computers omgaan.
Ik kreeg een werkcontract van zes maanden bij Multiterminals (dochter van Nds) en werkte iedere dag van 08 tot 16h in de haven.
Gedoe met mijn paspoort
Ondertussen had ik mijn paspoort al aangevraagd en moest wachten. Daarvoor had ik mijn id, een uittreksel van de gemeentelijke basis administratie een verklaring van school (tu-delft), een werkverklaring (NDS, multiterminais) nodig en een bedrag van ongeveer 50 dollars aan formulieren en administratiekosten moeten uitgeven.
In Luanda is er vaak stroomuitval en dan functioneren overheidsinstellingen weken lang niet of op halve kracht.
Na ruim 2 maanden wachten krijg ik begin december eindelijk mijn paspoort. Eigenlijk nog snel als je bedenkt dat het vaak langer dan een half jaar kan duren.
Het MVV
Nu ik mijn paspoort heb (het is mijn derde maand in Angola) mag ik het mvv bij de ambassade aanvragen, maar ik moet voorkomen dat beide procedures elkaar overlappen. Ik heb de documenten gescand en naar Nederland gestuurd. Bij de ambassade heb ik mijn paspoort, het bewijs van inschrijving aan de TU-Delft laten zien plus wat formulieren ingevuld.
Eind maart
Mijn contract bij Multiterminals liep bijna af. Ik woonde in een bescheiden kamer vlakbij het strand. Niet duur en dicht bij het strand. Ik kon iedere dag genieten van de zonsondergang. Elke dag een half uur lopen naar mijn werk. Een aangename tocht langs de kust. In Angola wordt niet veel gelopen. Er zijn veel auto’s en taxi busjes. In de avond bleef ik meestal op mijn kamer.
Arrestatie, voor de tweede keer
Op een dag in april om 05:00h in de ochtend kwam de politie brutaal het pand binnen. Speurhonden liepen met hen mee en zochten het hele pand door. Resultaat: mijn bovenste buurman kweekte wiet en mijn onderste buurman verkocht het. Iedereen wordt verdacht en moet mee naar het politiebureau.
Niet nog een keer... De schuldigen (de twee buren) moesten vertellen waar ze de wiet vandaan haalde en wie er verder nog betrokken was bij de kwekerij. In Angola is het zo dat je maanden in de cel kan zitten tot er bewezen is dat je onschuldig ben. In de cel aten we één keer per dag en het water echt niet te drinken. ... Ik kon niemand bellen of gebeld worden. Ik zag mensen die zo erg hard geslagen werden dat ze de volgende dag niet meer konden lopen, ik zag bloed door de gang lopen, het leek op een intensive care. Mijn buurmannen werden mishandeld! Ik hoorde ze in de gangen schreeuwen. Ik kreeg het er koud van, ik was bang. In het verleden ben ik wel vaker geslagen door de politie. Op die manier verlopen veel ondervragingen, waarbij het accent niet op de waarheid ligt, maar op datgene wat de politie graag wil horen.
Wanneer je verdacht bent, zegt de politie niks tegen jou. Ze behandelen je als een stuk vuil en ze houden je vast tot je smeekt om vrijgelaten te worden. Ja, smeken, dat kan nog steeds niet tot mij doordringen. Behalve smeken moet je ook nog een goed aanbod doen. Vervolgens stelt de ene een prijs en gaat overleggen met zijn collega die het er nooit mee eens is. Hij wil meer. Zo is het spel. Uiteindelijk moet jij het bedrag verdubbelen, anders blijf je onder arrest. Ik heb met één van hun gesproken en uitgelegd dat ik al 3 dagen niet naar mijn werk kon terwijl ik niet eens wist van wat er aan de hand was. Ze gaven mij de suggestie om mezelf vrij te kopen voordat ik transfer zou krijgen naar de andere gevangenis waar alles zwaarder is qua omstandigheden en omkoopgeld. Het is gewoon bizar dat de politie zelf aangeeft dat ze voor geld wel iets kunnen regelen. Ik ging akkoord om mezelf vrij te kopen. Daarvoor moest ik 250 dollar betalen. Guido heeft vanuit Nederland gezorgd dat ik uiteindelijk mijn vrijkoop kon betalen. Na 5 dagen kwam ik de gevangenis uit, hongerig, dun, gestresst en heel erg moe.
De container
Toen ik uit de gevangenis kwam, kreeg ik mijn spullen terug. Ik had geen plaats meer om te wonen want het pand waar ik woonde was nu afgesloten. Ik wilde Viktor ook liever niet meer lastigvallen. Het enige wat ik kon vinden was een plekje in een grote container. Ik moest de container met zes andere mensen delen, het was wel heel goedkoop. Tijdelijk, want eind van de maand kreeg ik mijn salaris en dan kon ik een betere kamer betalen.

Op mijn werk moest ik uitleggen wat er gebeurd was en gelukkig was er begrip voor mijn situatie van de directeur en van Klaas Homan.
Het leven in de container was niet gemakkelijk. Na 1 week in de container, werd ik ernstig ziek. Veel hoofdpijn, veel buikpijn en erg zwak. De container liet veel te wensen qua hygiëne, ‘s avonds waren er veel muggen door het open riool met stilstaand water. Het afval werd vaak niet opgehaald of verbrand. Je woont met criminelen en bandieten om je heen. Ze noemen zichzelf 'survivors'.
Ieder denkt aan zichzelf. Het was een hel. Ik was niet alleen lichamelijk ziek, ook mentaal was ik erg down.
Niemand kon mij naar het ziekenhuis brengen. Ik plaatste natte doeken op mijn voorhoofd om de koorts te bestrijden. Ik dronk veel maar moest ook veel overgeven.
Na 3 dagen werd de koorts minder heftig en ben met mijn laatste krachten naar het ziekenhuis gelopen. De dokter stelde vast dat ik malaria en tyfus had. Ik kreeg een infuus en medicijnen. Na 5 dagen voelde ik me een stuk beter.
Klaas was heel erg ontevreden, want het werk lag stil door mijn afwezigheid. Hij was behoorlijk boos maar hij begreep ook dat ik er niets aan kon doen.
Eindelijk het MVV
Alle vrienden in Nederland maakten zich zorgen over mij maar ik kon niet bellen of gebeld worden.
Begin april kreeg ik een e-mail van de TU-Delft dat mijn mvv klaar was en bij de ambassade afgehaald kon worden. Wauw, dat was pas goed nieuws.
Ik kreeg het visum in mijn paspoort met datum 15 mei 2007. Nog 5 weken wachten om te vertrekken.
Vertrek uit Angola
Ik had niet genoeg geld om mijn ticket te betalen en kreeg een gedeelte uit Nederland. Ik had een ticket gereserveerd voor woensdag 23 mei 2007. Helaas mocht ik van de Angolese douane niet vliegen, omdat ik mijn militaire document (een document om je uit te schrijven van militaire dienst wegens studie) niet in orde had. Dus moest ik naar het ministerie van defensie om aan te geven dat ik naar het buitenland ging! Na veel bureaucratie kreeg ik mijn militair document… Voor de tweede keer ging ik een ticket reserveren. Deze keer ging het weer mis. Een officier vertelde me dat mijn visum niet in orde was.
(Helaas had hij het mis, hij wist niet dat het hier om een speciale combinatie visa D+C Multiple ging die bedoeld is voor studenten.) Na deze vergissing van de douane, stortte ik in en raakte in een depressie. Ik voelde me uitgespeeld, 4 dagen heb ik passief voor me uit zitten kijken. Ook had ik veel hoofdpijn (misschien nog van de malaria). Die 4 dagen heb ik bij Viktor doorgebracht. Zijn moeder verzorgde me (dank u mevrouw Palmi). Na 4 dagen belde ik Guido om te vertelen waarom het me weer niet gelukt was. Uiteindelijk ben ik toch weer naar het reisbureau gegaan om mijn verlopen ticket claimen. Helaas erkende niemand de gemaakte fout en moest ik opnieuw een ticket kopen. Er is geen andere optie, ik wil dit land uit en dus doe ik het (met financiële steun uit Nederland) voor de tweede keer.
Eindelijk mag ik vertrekken, ik bel vanuit de vertrekhal met Nederland om het goede nieuws te vertellen: ’alles is in orde, ik ben door de douane, ik mag eindelijk vertrekken’.
Ik verliet Luanda, het was een opluchting, maar niet helemaal, want ik wist dat ik nog door de douane van Ethiopië moest. En inderdaad, in Ethiopië moest ik aan de kant vanwege mijn visum, er zijn niet veel Afrikanen die naar Europa reizen met een studentenvisum.
Addis Abeba, voor de tweede keer
Het was een beetje koud. Ik zou 2 dagen in Ethiopië blijven. Ik verbleef in een hotel in Addis Abeba (de hotelkosten zaten in het ticket).
Zondag 03 juni 2007, 23h vertrek ik vanuit vliegveld Addis Abeba naar Nederland via Frankfurt. Hetzelfde gedoe met douane, weer vragen beantwoorden. Maar deze keer had ik het allemaal verwacht en was beter voorbereid, de douane officier moest aan zijn collega vragen wat mijn visatype precies inhield. Gelukkig verliep alles zonder problemen. Vanuit Addis Abeba stuurde ik een e-mail naar Nederland om te vertellen dat het goed was gegaan bij de Ethiopische douane.
Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Frankfurt kon ik een gevoel van overwinning niet onderdrukken. Nu kon het niet meer mis gaan, want in Nederland zullen ze me geen domme vragen stellen over mijn visum, daar weten ze waar het over gaat. Ik viel in een rustige slaap. 04 juni 2007, 06:30 waren we op het vliegveld van Frankfurt. Ik hoefde het vliegtuig niet uit. De zon scheen. Vanuit het vliegtuig kon ik het laden van cargovliegtuigen zien en allerlei vliegveldoperaties bewonderen (machines, vliegtuigen, kabels, etc)
Het deed me denken aan mijn werk in de haven van Angola. Maar ik miste het niet.
07:15h mochten we vertrekken naar Amsterdam. Een brede smile kwam spontaan op mijn gezicht. Het was een groots moment... Eindelijk de bevrijding na veel stress, pijn, en bureaucratie. Ik dacht aan mijn vrienden die ik op schiphol eindelijk weer zou zien. De stewardess vroeg me waarom die smile? Ik kon even niets zeggen…
Schiphol
08:15h landen op schiphol! Bij de paspoortcontrole keken ze in mijn paspoort en vroegen:” aan welk instituut komt u studeren?” “ Aan de TU in Delft, mijnheer” antwoordde ik.
Het leek alsof mijn antwoord alles verklaarde, er was geen behoefte aan verdere vragen. Ik kreeg een stempel in mijn paspoort en ik hoorde: ’welkom in Nederland’. |